Een andere blik op de wereld
de wereld geschouwd door Jesaja en Jezus
Een gedachtewisseling tussen Maarten en Kees den Dulk, aug 2021
Intro: communiceren
Kees schrijft:
Maarten,
ik heb mij onlangs laten verrassen door een Bijbeltekst waarover ik een vraagje heb. Het gaat om Het lied van de wijngaard en dan vooral het aansluitende Zesvoudig wee (Jesaja 5). Toen ik die zes weeën las zette ik er de Zaligsprekingen uit de Bergrede naast. Ik probeer tussen die twee een associatief bruggetje te leggen. We krijgen een profetische donderspeech over ons heen, maar tegelijk mogen we van Jezus “van geluk” spreken. Dat intrigeert me. En nu is mijn eerste vraag”: hoe wordt er eigenlijk gecommuniceerd door Jesaja? Jezus gaat op een berg zitten en spreekt de mensen toe. Maar hoe Jesaja (en dat geldt eigenlijk voor heel veel profetenwoorden) dit doet, staat nergens. Is er iets bekend of de op schrift gestelde woorden ook hardop zijn uitgesproken tegen mensen of is het bij geschreven tekst gebleven, en hoe werd dat verspreid? Voordat ik ga speculeren en teksten vergelijken, zou ik dat wel eens willen weten. Kan jij mij op weg helpen?
Kees
Maarten antwoordt:
Hoe communiceerden de Joodse profeten?
Hoe werd er gecommuniceerd door Jesaja en andere profeten? Historisch gesproken weten we dat niet. Profeten zijn een vreemd soort mensen. Ze bewegen zich in de samenleving maar zijn niet van de samenleving. Ze verschijnen in dezelfde tijd als de filosofen en de retoren in de Griekse cultuur, individueel of in groepsverband, werden wellicht gevormd in profetenscholen, brengen kritisch, poëtisch of theatraal hun boodschap over aan hun tijdgenoten, soms uitgelaten dansend tot ze er bij neervallen, soms opgejaagd en op de vlucht – tot ze omkomen.
Hun teksten zijn oorspronkelijk mondelinge mededelingen geweest, die dan door leerlingen werden overgeleverd en tenslotte op schrift gesteld. Zo is Jesaja een profeet die optreedt in de late koningentijd omstreeks 700, zijn woorden worden in de tijd van de ballingschap (vanaf 587) door leerlingen aangevuld met eigen materiaal (Deutero Jesaja) en in de tijd van de terugkeer uit de ballingschap nog eens (Trito Jesaja). Al dat materiaal is verzameld tot één boek dat op naam van Jesaja wordt gezet. Daardoor is het moeilijk om van fragment tot fragment uit te maken in welke context ze oorspronkelijk hebben gefunctioneerd. Het enige wat je kan zeggen is dat de Joodse profeten hebben gewerkt in die dramatische tijd waarin het Joodse volk niet langer konden blijven in het eigen land, in ballingschap gevoerd werd en onverwachts de kans kreeg om terug te keren. (Interessant: in dezelfde tijd dat het Griekse volk haar vrijheid bevocht tegen de Perzen, kreeg het Joodse volk juist haar vrijheid terug van de Perzen).
Op één of andere manier tref je profeten aan in de buurt van de tempel (zolang er een tempel was) of aan het hof van de koning (zolang er een koning was). In ieder geval verkeren ze in kringen waar ze kennis opdoen van de Joodse overlevering en van de actuele, religieuze en politieke situatie van hun volk. Hun drive vinden ze in de harde, kritische analyse van de maatschappelijke, economische en politieke verhoudingen. Hun criterium is de mate waarin recht wordt gedaan tussen mensen, groepen en volken.
Kunnen we ons – ondanks die geringe historische kennis – met een beetje fantasie voorstellen hoe ze communiceerden? De belangrijkste karakteristiek van de profetische teksten is dat hun boodschap altijd onmiddellijk is gericht tot hoorders. Het zijn nooit speculatieve of meditatieve teksten. Hoe dichterlijk ook en hoe vol van verbeelding, het is geen poëzie om de poëzie. Ze bewegen zich consequent in de communicatieve ruimte tussen God, mens en wereld. Ze doen een appèl op de volksgemeenschap, ze roepen soms hemel en aarde erbij als getuigen en ze zijn uiterst gevoelig voor wat God hen te melden heeft over recht en onrecht – dat raakt hen tot in de kern van hun bestaan. Als je je bezint op die communicatieve ruimte, dan valt het op dat deze ruimte iets heeft van een openbare rechtszitting, waar onder leiding van één of meer rechters een verdachte wordt aangeklaagd en waar advocaten de jury probeert te overtuigen van schuld of onschuld. Dat gebeurde in de antieke wereld bij voorkeur bij de stadspoort als openbare plaats. Als er een misdaad was gepleegd waardoor de hele stadsbevolking was ontzet, dan wordt de verdachte geconfronteerd met die misdaad met de bedoeling dat deze zich verantwoordelijk toont voor de eigen daden en dat er recht gesproken kan worden. Daardoor wordt de ondragelijke situatie weer enigszins verlicht en komt er hoop voor de toekomst van de stad. Ik stel me voor dat de openbare rechtszitting de ruimte is waar de profeten optreden. Ik kan me ook wel voorstellen dat die profeten er een handje van hadden om zelf zo’n rechtszitting te organiseren als publiek event. Ze speelden het uit als op straattoneel.
Maarten
Kees:
Mijn parafrase : Een blik op de wereld
Leren kijken
Je ontkomt in de huidige tijdsperiode niet meer aan de vraag: “In wat voor tijd leven we? ” en daarmee wordt in de gesprekken aan vele tafels het beeld opgeroepen van de drama’s – in de brede zin des woords- die zich voor onze ogen (en oren) afspelen. Crises door oorlogen, verandering van klimaat, aanslag op gezondheid, onbeheersbare volksverhuizingen, sterk verslechterende welvaartskloof, machteloze politiek en leiderschap aan de ene kant, dreigende tweedeling in persoonlijke en maatschappelijke verhoudingen, en tegelijk een (toekomst)beeld van onbegrensde technologische ontwikkeling, biologische innovaties, robotisering van het menselijk handelen, kenniscurves die scherp omhooglopen tot in de hemel lijkt het, aan de andere kant. Maar een antwoord op de vraag in welke tijd we eigenlijk leven, met een blik op een wereld waar ethiek, de menselijke gedragsmaat, leidend is, wordt in het tafelgesprek nog maar moeizaam gevonden. Zoveel zielen, zoveel zinnen, daar moeten we het doorgaans mee doen. En we mogen blij zijn als een gesprek niet in verwarring of ruzie eindigt.
Thuis, buiten het rumoer van het gesprek, moe gelezen en suf gekeken door meningen , standpunten, principes in de media, kan het zo maar gebeuren dat je getroffen wordt door een andere manier van kijken. Dat kan een artikel, boek , verhaal, een gedicht, muziek, kunst in brede zin zijn. Waar niet het “vinden van iets”, maar het be-schouwen van waar wij mee bezig zijn en waardoor wij ons aangesproken voelen , de wijze van communiceren is. De filosofe Miriam Rasch schreef dit jaar ( 2021) het boek “Frictie, ethiek in tijden van dataïsme”. Daarin zoekt zij naar de afslagen, de fricties zoals zij die noemt, weg van de wegen die ons onder invloed van de zucht naar big data naar een onontkoombaar lijkende toekomst van de gerobotiseerde mens en het menselijk brein leiden. Afslagen die ons anders leren kijken naar de werkelijkheid. Zo citeert ze ( blz. 79) de Caraïbisch-Amerikaanse schrijfster, dichteres en universitair docent Audre Lorde ( 1934-1992) :
“ Poëzie is geen luxe. De taal die we gebruiken zet de wereld in een zeker licht en heeft invloed op hoe we leven en wat we doen. Ze verfrist niet alleen de waarneming van het bestaande, maar heeft ook een scheppende kracht. Poëzie….munt de taal van de mogelijkheid, van vrijheid”. ( uit: Your silence will not protect you, 1977).
Zo leren we kijken en dat zet ons , zo vertaal ik dat met eigen woorden, met nieuwe kracht in de schepping. En natuurlijk is dat geen klip en klare oplossing voor de vraagstukken waar mee we opgezadeld zijn. Maar een goed begin is het halve werk, dat geldt wel.
Jesaja schouwt
En zo verging het me ook toen ik – bij toeval?- in de Bijbel, die bundel vol teksten, verhalen en poëzie in taal met scheppende kracht, een passage uit het boek Jesaja las. “Het lied van de wijngaard” staat er boven ( Jesaja 5: 1-24 )en 11:1-10)). Poëtischer kan het niet , die titel. Een tekst ontstaan in de periode rond 700 jaar voor Christus. Toen Koningen regeerden in het gebied waar het volk van Israel was neergestreken , inmiddels een splitsing had doorgemaakt, en Juda als het (zuidelijk) tweestammenrijk in hevige conflicten met omliggende volken was verwikkeld. In het eigen rijk wisselden voorspoed en vrede zich af met maatschappelijke en economische rampspoed en ongekend onrecht. En in die context laat de profeet Jesaja van zich horen. Hij doorziet, “ schouwt”, wat zich in de wereld waarin het volk van Juda leeft afspeelt.
“Weet je dan niet meer welke leefruimte jouw God, jou geschonken heeft en zie je dan niet wat voor een zootje je er van hebt gemaakt. Hoe woedend , denk je, is die God , als hij dat ziet. Wacht, ik klim op de stadmuur bij de poort en ik zal mijn beeld van wat er aan de hand is in een protestlied laten horen”.
Het gaat zo:
Het lied van de wijngaard
- Voor mijn geliefde wil ik zingen het lied van mijn lief en zijn wijngaard. Mijn geliefde had een wijngaard, gelegen op vruchtbare grond.
- Hij bewerkte de grond, haalde de stenen eruit en plantte een edele druivensoort. Hij bouwde er een wachttoren, hakte ook een perskuip uit.
Hij verwachtte veel van zijn wijngaard, maar die bracht slechts wrange druiven voort.
En ik hoor God in woede zeggen:
- Welnu, inwoners van Juda en Jeruzalem, spreek recht tussen mij en mijn wijngaard.
- Wat kon ik meer aan mijn wijngaard doen, wat heb ik te weinig gedaan?
Ik verwachtte zo veel van mijn wijngaard, waarom bracht hij slechts wrange druiven voort?
- Luister, ik zal jullie vertellen wat ik met mijn wijngaard ga doen:
Ik ruk de doornhaag uit en breek de muur af, zodat hij verbrand en vertrapt kan worden.
- Ik zal hem laten verwilderen, er wordt niet meer gesnoeid, niet meer gewied, dorens en distels schieten er op. De wolken zal ik opdragen geen regen op hem te laten vallen.
Ik zeg jullie :
- Israël is de wijngaard van de HEER van de hemelse machten, de uitgelezen aanplant zijn de inwoners van Juda.
Hij verwachtte recht, maar oogstte onrecht,
Hij zocht rechtsbetrachting, maar vond rechtsverkrachting
En ik zou de leiders van ons volk wel willen aanklagen in een rechtszaak en dit voor hun voeten willen gooien:
8-24 Achtvoudig wee over de onrechtvaardigen
(1)Wee degenen die zich huis na huis toe-eigenen, die akker na akker samenvoegen, tot er voor niemand meer ruimte is
en zij alleen het land bewonen.
Ik hoor de Heer van de Hemelse machten zweren:-
Al die huizen zullen tor puin vervallen
Zelfs de grootste en mooiste worden niet meer bewoond
Want wees er van verzekerd:
Een uitgestrekte wijngaard levert amper wijn op,
Een berg zaaigoed maar één zak graan.’
(2)Wee degenen die ’s ochtends in alle vroegte naarstig op zoek gaan naar drank, die zich tot diep in de nacht door wijn laten benevelen.
Bij al hun drinkgelagen klinkt muziek van lier en tamboerijn, van trommel en fluit. Maar voor de daden van de HEER hebben zij geen oog, wat hij tot stand brengt zien ze niet.
Ik zie voor me wat er dan kan gaan gebeuren:
Daarom gaat mijn volk in ballingschap, zonder in te zien waarom. Hun edelen komen om van de honger, de massa versmacht van dorst. Het dodenrijk opent zijn keel, het spert zijn muil wijd open.
Daar verdwijnt de bloem der natie, verzinkt de massa, daar verstommen de druktemakers en feestvierders. Zij worden vernederd, ze moeten buigen, wie trots was, zal de ogen neerslaan.
Maar let wel:
De HEER van de hemelse machten houdt het recht hoog, de heilige God toont zich heilig in zijn gerechtigheid. De schapen zullen grazen als op hun eigen grond, rondzwerven tussen de puinhopen van de rijken.
Ik vervolg:
(3)Wee degenen die de straf naar zich toe halen met de touwen van onrecht, en de zonde met de dissel van een wagen;
(4)Wee degenen) die smalen: ‘Laat de HEER opschieten en zijn werk afmaken. Wij willen het nu wel eens zien. Laat de Heilige van Israël komen met zijn plan en het uitvoeren, zodat we het eindelijk weten.
(5)Wee degenen die het kwade goed noemen en het goede kwaad, die het licht tot duisternis maken en het duister tot licht, die van zoet bitter maken en van bitter zoet.
(6)Wee degenen die wijs zijn in eigen ogen, die naar eigen oordeel verstandig zijn.
(7)Wee degenen die helden zijn in het drinken, die dapper zijn als er wijn wordt geschonken,
(8)Wee degenen) die voor een geschenk de schuldige gelijk geven en de rechtvaardige beroven van zijn rechten.
Daarom,
zoals kaf door vuur wordt verteerd en dor gras in vlammen opgaat, zo zal hun wortel verrotten en hun bloesem verwaaien. Zij verwierpen het onderricht van de HEER van de hemelse machten, en verachtten de woorden van de Heilige van Israël.
En toch,
ik kan jullie verzekeren, God wil zijn werk, hoe groot zijn verdriet en woede is niet uit handen geven. Hij en hij alleen zet zich er toe recht te doen en vrede te brengen.
Mijn lied gaat daarom verder, ik heb van Hem adem gekregen om een nieuwe toon aan te slaan:
(Jesaja 11: 1-10)
Vrede en gerechtigheid door de telg van Isaï
- Maar uit de stronk van Isaï schiet een telg op, een scheut van zijn wortels komt tot bloei.
Hoor je het goed: uit die “verrotte” wortels en die “verwaaide bloesems” aan het eind van mijn vorige lied komt toch weer een sprankje hoop tot leven . Een van mijn twee zoons kreeg niet voor niets de naam “ Een rest keert weer”. De basis werd overigens volgens mij al gelegd bij Isai, Jesse, voorvader van koning David. De verloedering van ons volk draait niet uit op volledige uitroeiing, maar….. hoe zit dat dan precies?
- De geest van de HEER zal op hem rusten: een geest van wijsheid en inzicht, een geest van kracht en verstandig beleid, een geest van kennis en ontzag voor de HEER.
- Hij ademt ontzag voor de HEER; zijn oordeel stoelt niet op uiterlijke schijn, noch grondt hij zijn vonnis op geruchte
- Over de zwakken velt hij een rechtvaardig oordeel, de armen in het land geeft hij een eerlijk vonnis. Hij tuchtigt de aarde met de gesel van zijn mond, met de adem van zijn lippen doodt hij de schuldigen.
- Hij draagt gerechtigheid als een gordel om zijn lendenen en trouw als een gordel om zijn heupen.
Lees die tekst van het lied nog maar eens goed na. Vergis je niet. Ik bedoel er niet mee dat als een duveltje uit een doosje, als een gratis geschenkje uit het niets, de hemel op aarde komt vallen. Neen, “de geest van de Heer zal op hem rusten ”, dat is een kwestie van geven én (willen) ontvangen. “Het zal”, dat is zoveel als accepteren dat het de Heer en niet een andere godheid is van wie de geest op hem rust. En dan zal je ook wijsheid uitstralen en ontzag hebben voor Hem, en een rechtvaardig oordeel over zwakken vellen en… en… lees maar wat er staat. Samengevat: Je mag je in die Geest omringd voelen met gerechtigheid en trouw, de essentiële elementen van een humane maatschappij. En dan zou die maatschappij er wel eens zo uit kunnen zien. Ik schrijf het als poëzie op:
- Dan zal een wolf zich neerleggen naast een lam, een panter vlijt zich bij een bokje neer; kalf en leeuw zullen samen weiden en een kleine jongen zal ze hoeden.
- Een koe en een beer grazen samen, hun jongen liggen bijeen; een leeuw en een rund eten beide stro.
- Bij het hol van een adder speelt een zuigeling, een kind graait met zijn hand naar het nest van een slang.
- Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg.
- Want kennis van de HEER vervult de aarde, Zoals het water de bodem van de zee bedekt.
Ik schouw op deze wijze en met taal van poëzie de grondstructuur van onze geschiedenis, voor nu en later. Houd elkaar voor ogen dat deze God de grond onder je voeten is en vertrouw dan met mij dat
- Op die dag (zal) de telg van Isaïals (als) een vaandel voor alle volken staan. Dan zullen de volken hem zoeken en zijn woonplaats zal schitterend zijn.
Jezus schouwt
Ongeveer 730 jaar later, na vele ups en downs op de weg die het joodse volk heeft afgelegd, met steeds weer kiezen tussen verleiding, machtsuitoefening, onrechtvaardige verhoudingen en mede daardoor in handen vallen van overheersende vijandelijke buurstaten en dan weer omkeren en luisteren naar het “onderwijs” van de profeten en weer een goede weg opgaan “in de ogen van God”, is Israel onder invloed geraakt van Perzische, Griekse en daarna Romeinse culturen en machthebbers. En in die context wordt de Joodse gemeenschap , zich religieus gezien vasthoudend, soms vastklampend aan wat genoemd wordt “de Wet en de Profeten” geconfronteerd met de mens Jezus, rondtrekkend met een gideonsbende discipelen. Hij wordt profeet genoemd, een soort Elia, nog irritanter: zoon van God en ook de Messias. Dat schuurt en hij wordt met argusogen en gespitste oren geobserveerd. Jezus heeft iets te vertellen, dat laat hij op niet mis te verstane wijze met woorden en daden merken.
Zijn manier van communiceren is evenwel duidelijk anders als we het vergelijken met het optreden van de vroegere profeten, zoals Jesaja. Het is natuurlijk, net als bij Jesaja, wel gebaseerd op woede over de misstanden, op zorgen die hij heeft over onrecht, maar hij spreekt zich niet uit in openbare toespraken voor het volk, protestsongs, aanklachten tegen de overheid uitlopend in visioenen van hoop en troost met het oog op Gods heerschappij. Jezus kiest in het algemeen voor het onderwijs in kleinere kring, voor aanschouwelijk onderwijs op het gebied van fysieke en mentale gezondheid ( wat wij later “wonderen” zijn gaan noemen) en leerhuisontmoetingen ( redes en gesprekken), voor uitdagingen en confrontaties met tegenstanders, voor scherpe debatten in de synagogen, voor eigen meditaties door zich zo nu en dan terug te trekken. Hij trekt wel veel volk, neemt ze zo nu en dan mee in zijn boodschap, maar staat niet op de barricades . is niet het type volksredenaar. Hij baseert zich evenwel in hoge mate op wat hij ziet gebeuren in de Joodse gemeenschap. Jezus schouwt, evenals de profeet Jesaja, en doorziet dat het volk zich in materiele en geestelijke armoe, vaak onder invloed van valse profetie, huichelachtige leiding door hotemetoten in en rond de tempel en van recht verkrachtende buitenlandse heersers zich staande moet houden. En zich niet altijd aan de verleidingen van bezit, machtsstreven , onderlinge twisten weet te onttrekken. De nood van de wereld is, net als bij Jesaja, dat is zijn aandachtsveld, zijn blik op de wereld.
Zijn boodschap is niet soft, maar ongemeen scherp en helder : God is het, en geen andere godheid, die vraagt om je rug recht te houden, om te zien naar de ander, nederig te zijn. Houd je daaraan vast. Dan mag je pas van geluk spreken, omdat je zo het koninkrijk van God aan den lijve ondervindt. Ga met God, dan zal hij met je zijn, zoals we dat nog steeds met elkaar zingen.
Dus zo lezen we (in Mattheus 4: 23-25 en 5: 1-2) over het begin van zijn optreden rond het jaar 30 :
Hij trok rond in heel Galilea; hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws van het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal onder het volk.
En grote groepen mensen volgden hem, uit Galilea en Dekapolis, uit Jeruzalem en Judea en uit het gebied aan de overkant van de Jordaan.
Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen.
Hij nam het woord en onderrichtte hen.
Ik (Kees) lees in deze tekst – en dat geldt ook voor de analoge in het Lucas evangelie opgeschreven Veldrede ( zo onder het kopje “onderricht aan de leerlingen “ in de Bijbel vermeld) dat Jezus er voor kiest om met een kleine groep ( discipelen) en niet met de grote massa te communiceren. Niet om zich van de mensen die hem volgen te distantiëren, neen, hij heeft zich wel degelijk onder de bevolking begeven, zich hun lot aangetrokken en genezingen verricht. En hij is ook met farizeeërs en priesters in debat gegaan en heeft hun harde en vaak conservatieve opstellingen aangehoord. Hij heeft wel degelijk, net als de profeet Jesaja, ge –“schouwd”. Dus hij weet waar en over wie hij spreekt. Maar hij wil het inzicht dat daaruit voortvloeit in alle rust eerst in kleinere kring ter sprake brengen. Hij werkt, om het modern te zeggen, met behulp van netwerken van volgelingen, die hij wel nadrukkelijk vraagt de inzichten, zijn boodschap door te geven onder “alle volkeren”. Overigens, niet alleen de groep discipelen maakt deel uit van de netwerken, ook de synagogen zijn dat voor hem, leerhuizen bij uitstek. Daarin, zo zegt Mattheus, onderricht hij, hij houdt geen redevoeringen, geen openbare toespraken.
En in die setting, teruggetrokken op de berg, kijkend en –zo denk ik- wijzend op het volk dat hem volgt en zo na aan zijn hart ligt, brengt hij zijn discipelen bij de kern van de zaak. Hij spreekt zich uit in wat wij De Bergrede zijn gaan noemen. Ik besef me overigens we, in aanvulling op wat ik suggereerde over de kleine groep als aanspreekpunt, dat de menigte met ingehouden adem meeluistert en, zoals bij Lucas ( in de zgn Veldrede) vermeld, na afloop diep onder de indruk is. Maar ook daar wordt aan het begin van de rede gezegd: hij richtte zijn blik op de leerlingen. Van hem verwacht hij in eerst instantie dat ze goede lering uit zijn woorden trekken.
En nu zijn woorden zelf. Zij vormen, eigenlijk net als het ’Lied van de wijngaard’ bij Jesaja, een gedicht, een lied, dat hij , zo stel ik me voor, in heldere poëtische taal in die kring van leerlingen te berde brengt. De tonen hoor je over de heuvels nagalmen. Het volk mag zeker meegenieten. Poëzie breekt de rationele, ambtelijke, dogmatische, dwingende taal van kerkleiders en overheid. Richt de blik op vergezichten, die je anders niet zou ontwaren. Zoals de performance en de taalvorm welgekozen zijn , geldt dat voor de inhoud dubbel en dwars.
Hij spreekt van een dubbele werkelijkheid :” …als ik zie dat er bij jullie zijn die zich vanuit het diepst van hun ziel en om mijnentwege bescheiden opstellen, echt verdriet hebt over wat er met hen en hun omgeving gebeurt, zich van harte bekommeren over anderen, medemenselijkheid en gerechtigheid in hun hoogste vaandel hebben staan en zo nog veel meer, dan mogen jullie weten dat dat betekent dat ze kinderen van God zijn, niets tekort komen, het koninkrijk van de hemel in handen hebben.”
Zijn woorden staan dwars op wat velen verwachten: ik preek geen sociale revolutie, speel geen politiek machtsspel om zogenaamd armen te helpen. Ik vraag van ieder van jullie je om te keren naar mij en mijn weg te volgen, onvoorwaardelijke liefde trachten te betonen, en licht naar anderen te schijnen en als zout der aarde prikkelend aanwezig te blijven.
Zijn lied klinkt daarom zo:
Bergrede (Mattheus 5 : 3-16 )
“Gelukkig wie nederig van hart zijn want voor hen is het koninkrijk van de hemel
Gelukkig de treurenden,” want zij zullen getroost worden.
Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.
Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden
Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden
Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien.
Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten.
Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel:
Zo immers vervolgden ze voor jullie de profeten.
\Jullie zijn het zout der aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden?
Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt.
Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven.
Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is.
Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.”
Samenvatting
Als ik naar de profeet Jesaja luister, hoor ik de demonstrant, die een protestlied zingt met een gitaar in zijn hand op het podium op het Malieveld. Hij profileert zich als schouwer van wat er in het volk gebeurt. Het volk dat, zo benoemt hij dat, door de God van dat volk, Israel, als Zijn geliefde wijngaard is geplant. Maar wat hij tot zijn woede ziet is het gedrag van losers, van egotrippers, verslaafden, van degenen die recht in eigen hand nemen, branieschoppers, landje-pikkers, gecorrumpeerden, gods-ontkenners. En de zware beschuldiging klinkt hard over de menigte: “Rechtsverkrachting! “ Wee hen”. En hij klaagt ook de overheid aan tegen onderdrukking en onrecht.
Maar desondanks roept hij later, bijna tegen beter weten in, op tot hoop en voorzegt het toegestroomde volk dat voor wie zich aan dit gedrag en aan het onrecht wil onttrekken – de rest van Israel noemt hij dit op een andere plaats – heil en trouw en gerechtigheid en rechtvaardigheid van de Eeuwige voor het grijpen liggen. Een opmerkelijke agenda, licht door de duisternis heen voor de dag van morgen.
Als ik naar Jezus luister, hoor ik ook een schouwer van het volk, maar dan een die zich van de massale toeloop van het volk terugtrekt en ergens op een berghelling in het Heuvelland gaat zitten en daar met de poëzie van de onvoorwaardelijke liefde zijn leerlingen indringend aanspreekt op een levenshouding gericht op medemenselijkheid als de adem van God’s Geest. Mensen, niet alleen van dit volk, maar van alle volkeren mogen van geluk spreken, zegt hij tegen de discipelen. Hij wijst op de mensen die nederigheid uitstralen, die treuren van verdriet, zachtmoedig van aard zijn, hongeren en dorsten naar gerechtigheid, barmhartig zijn, zuiver van hart, vredestichtend, ook die vervolgd worden omdat ze voor gerechtigheid opkomen of uitgescholden worden omdat ze tot zijn beweging willen horen. Die mensen, zegt hij, zijn bij uitstek geroepen om in de luister van een koninklijk domein , het koninkrijk van de hemel, te wonen, om daar zelf een stuk land te mogen hebben, om getroost te worden, om met volle teugen van een tafel van gerechtigheid te kunnen genieten, om zelf barmhartigheid te ondervinden, om te weten dat ze kinderen van God zijn, die zijn aanschijn over hen doet lichten. En jullie, zegt hij, en daar worden wij hier en nu ook op aangesproken, moeten niet weglopen voor het feit dat jullie bij uitstek het prikkelende zout, de lichtbakens zijn om dat waar te maken. En, wees ervan verzekerd, daarmee doen we niets af aan wat de profeten ons hebben voorgehouden. Hij geeft onderwijs, tegen de stroom in van de gevestigde orde, met een scherpe blik op de nood van de wereld.
Conclusie
We hebben Jesaja en Jezus – samen – serieus, bloedserieus te nemen.
Je komt niet tot de kern door je oren en ogen te sluiten voor wat er bij demonstraties wordt geroepen, op protestborden hoog in de lucht wordt gehouden. Daar zal je, zoals naar Jesaja, goed naar moeten luisteren en met hen over moeten spreken. En laten tegelijk de leiders, de profeten, de dominees en pastoors, imams , de overheid , de buurtwerkers en de veiligheidscontroleurs, het zicht op de hoop voor morgen, op waar we
12
eigenlijk voor staan, even hardop en helder over het “Malieveld” laten horen en laten wij daar ook even goed naar luisteren en over spreken. Want zo alleen spreken we openlijk van recht en trouw, spreken we van God.
En je komt ook niet tot de kern als je elkaar niet tegelijk op een wat rustiger plek wijst op het geluk dat wij mensen hebben. Waar Jezus van sprak. En bij elkaar de wijsheid daarvan opsteekt. Het geluk dat er een levenshouding van nederigheid en omzien naar elkaar en zachtmoedigheid en vredestichtend gedrag is waar iedereen zich de koning te rijk in het koninkrijk van de hemel kan voelen. Niet als een verdienste , maar als motor van leven voor een wereld in nood. En spreek in een heldere taal, gevoed door poëzie. Dat doorbreekt onze vastgeroeste verhoudingen.
Valkenburg, augustus 2021
Kees