Meditatie momenten

Aan Tafel

Samen eten , aan tafel zitten, een mooi moment van de dag. Voor velen geldt dat je er niet aan moet denken dat te moeten missen. En gelukkig zijn er ook hier en daar mensen die anderen uitnodigen om met elkaar een maaltijd te hebben. Om eens naar elkaar te luisteren en met elkaar te delen. Je ziet gelukkig dat daar steeds meer aandacht voor is. Dat is de ene kant van onze samenleving.

Maar die medaille heeft ook een andere kant. Daar wil ik in dit moment de aandacht voor vragen.We worden er namelijk ook dagelijks aan herinnerd dat voedsel niet vanzelfsprekend is. Dat er voor velen geen land van melk en honing voor hun voeten ligt, dat de prijzen omhoog schieten, wereldwijd tekorten zijn . En, om het in gewone mensentermen te zeggen, er daardoor armoede is , kinderen geen ontbijt hebben, terwijl anderen in goeden doen kunnen leven . Er een voedselbank midden in de rijke samenleving nodig is, overheden een machtsspel spelen waardoor voedsel niet terechtkomt in landen waar het nodig is. Er stromen vluchtelingen rond die , soms bijna uitgedroogd en verhongerd, aan de stranden van Europa aankomen. Het is indrukwekkend te zien hoe er tegen alle verdrukkingen in, mensen en organisaties zich inzetten om de tij proberen te keren voor wie het zo bitterhard nodig is. Wij, vaak ver weg van deze situaties, voelen ons ongemakkelijk, zijn er ons wel van bewust, maar staan met lege handen.

Ik kom terug op wat ik in het begin zei. Dat het samen aan tafel gaan zo’n mooi moment is. Ik zou willen zeggen: blijf je samen er steeds bewust van dat die andere kant van de medaille ook “aan tafel zit”. Samen eten mag geen automatisme worden, maar uitgangspunt om elkaar bij de les houden. Dat is het minste wat je kan doen. Misschien dat de poetische tekst die ik een tijd geleden maakte over de strijd van de mensheid op aarde voor voedsel, die bewustwording wat kan voeden.

Het aanzien van de aarde

Nomaden wisten van overleven
van moed houden en
de tent opbreken van overleveringen
die vertellen van water en droogte.

Landbouwers rooiden het zonder praat,
het was allemaal te overzien, de regen
kwam als geroepen of kwam te laat,
god had het voor het zeggen
of anders de weergoden wel.

Als er vee in het geding was
moest je de besmetting
buiten de deur houden.
Hoe dan ook
de aarde kwam in vervoering.

Recht op voedsel was er voor wie
zijn handen voldoende hoog ophief.
In de stad werd schaamteloos gegeten en gedronken.
Gebruiksaanwijzingen om uitputting voor te zijn
werden in de wind geslagen.

Wie nu nog op de uitkijk staat
en zijn aandacht niet laat varen
hoort geroep van drenkelingen
die geen leeftocht meer hebben
en door onbeheerst water
op het droge zijn geworpen.

Hun dorstige kelen laten
geen beker voorbijgaan,
geen druppel wordt gemorst
op tijdelijke grond.
Zij slaan hun blik op,
vragen om verstandhouding.

 

Eenzaamheid

Wij , mijn vrouw en ik, waren jaren geleden in de bijzondere omstandigheid om, alleen begeleid door een gids, op het Afrikaans steppegebied de Masai Mara in Kenia rond te rijden. Een onmetelijk groot uitgestrekt gebied, woonplek voor rondtrekkende dieren en de stammen van de Masai. Op een van de dagen stonden we, door pech aan het busje waarin we toerden, midden op de vlakte , stapten uit en zagen ons staan onder de heldere hemel in een immense stilte in een eindeloze ruimte, geen levend schepsel te bekennen. We ervaarden dat als een allesoverheersende eenzaamheid, maar wel een van ongekende schoonheid. Eenzaamheid als een geschenk, niet als bedreiging.

Dat kan in de levensomstandigheid van mensen beslist ook anders zijn. Als een mens de vreugde van samenleven met anderen, een geliefde, familie, vrienden, buurtbewoners, werkomgeving, gekend heeft, maar waar door allerlei oorzaken de klad in is gekomen, er geen antwoord meer wordt gegeven op vragen, het gevoel overheerst dat jij voor anderen niet meer interessant bent, misschien wel bedreigend overkomt, is eenzaamheid iets wat jou een loer draait in. Niks geschenk, het maakt je radeloos.

Twee totaal verschillende situaties waarin je eenzaamheid ervaart. Hoe ga je daar mee om, dat is een vraag die ik me stel.

Het klinkt tegenstrijdig, maar ik waag het er op. Het kan in tijd van grote onrust om je heen, of juist in tijden van vertwijfeling of je leven er nog wel toe doet, toch iets van troost betekenen om het ervaren van eenzaamheid aan te grijpen als begin van het zien op welke plaats in de schepping jij staat. Met als grondtoon die van de plaats die Jezus ook koos in de woestijn of zich terugtrekkend uit de massa of biddend op Golgotha: de Eeuwige zal bij jou zijn. Daar moet je aan wennen, aan zo’n plaats, dat komt niet zomaar op je weg. Als je wel helemaal op jezelf bent teruggeworpen maar weet hebt dat er de Ander is, niet om jou in de weg te lopen maar een die meeloopt met jou. Daar kan je ieder om je heen om vragen, en de anderen om je heen zullen daar antwoord op moeten geven. Laten we het er op wagen, met elkaar.

Ik schreef een kort gedicht om de nabijheid van de Ander in tijd van eenzaamheid woorden te geven.

Hulp

Ik tast tussen dood en leven muren af,
opgetrokken uit kunstgrepen
en onbegrepen woorden.

Poorten zetten zich te kijk met leegten van uitzicht.

God, ben je daar, je bent niet gezien,
je staat niet bekend
in de rij van meten en weten.
Kan je wel helpen 
met het slopen van muren.

 

Geluksfactor: wat maakt je gelukkig?

Het is een interessante vraag die hier speelt. Is geluk te koop? Het lijkt er soms op, de reclames van kansspelletjes vliegen ons om de oren. En de geluksmachines die hier staan geven entertainment , dat zeker, maar hoe voel je je als je thuiskomt ? Kom je morgen terug of voel je je ongelukkig? Geluk is, als je het zo bekijkt, een spel , een ongrijpbaar spel van verlies en winst.

Je kan het ook van een andere kant benaderen: geluk is niet te koop maar is iets wat van buiten komt, een in hoge mate spiritueel bepaald gevoel, dat je in hogere sferen kan brengen. Eigenlijk ook ongrijpbaar, weg van de werkelijkheid van elke dag.

Of is er dat moment, zomaar , in wat.voor omstandigheid je je ook bevindt, dat je je helemaal losmaakt van je eigen sores , je terugvalt op de basis van je bestaan, je zou zeggen arm ( je materiele besognes opzijgezet), of treurend ( maar dan in de zin van je eigen comfortzone verlaten en de wereld schouwen), of eenzaamheid kiezend ( even niks om je heen) , of de ander aankijken en geen aandacht voor jezelf opeisen).

Een moment waarop je beseft dat je in balans bent, en dat je dat mag aanvaarden zonder er iets voor gepresteerd te hebben. Je krijgt het in je schoot geworpen.

Er is in de poëtische literatuur geen mooiere tekst hierover te vinden dan in – wat men genoemd heeft – de Bergrede of Veldrede die Jezus op zijn weg van Galilea naar Jeruzalem uitsprak ( en hij aanvoelde hoe ongelukkig mensen van toen zich konden voelen).

Die tekst, eigenlijk een gedicht, luidt zo

     De zaligsprekingen (citaat uit het Mattheusevangelie, 5: 3-10)

Gelukkig wie nederig van hart zijn,want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
Gelukkig de treurenden,want zij zullen getroost worden.
Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde bezitten.
Gelukkig wie hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
Gelukkig de barmhartigen,want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
Gelukkig wie zuiver van hart zijn,want zij zullen God zien.
Gelukkig de vredestichters,want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

 

Houvast

Houvast geven aan iemand zet je in je kracht. Je geeft de ander het gevoel van zekerheid. Dat is zeker zo in de zorghouding die ouders hebben tegenover hun kinderen. Kinderen die je wilt laten leren lopen en het goede pad wilt leren vinden. En dan kan het zo maar gebeuren dat het kind in alle onschuld een eigen weg inslaat, letterlijk wegloopt. Daar ben je je ineens je controle over dat houvast geven helemaal kwijt. En brengt jou in onzekerheid. Je wilt je kind weer terug op jouw goede spoor. Het is een bijzonder moment als je ziet dat zij of hij vanuit zichzelf al een weggetje heeft gevonden en jou daarmee geruststelt. Je krijgt zekerheid en houvast terug. Geven en terugkrijgen, daarmee kunnen wij – grote en kleine mensen- vertrouwen uit putten. Het gedicht “Vertrouwen”, dat ik schreef is daar op geijkt.

 

Vertrouwen

Jouw vaders handen openen zich,
zijn ogen vragen om houvast.
Toeval is niet zijn ding.
‘Hoe zo, hiernamaals,
en wat biedt de toekomst ?’
legt hij met humor en
een glas op tafel bij mij neer.
Hij opent vensters met uitzicht op losse einden.
Zekerheden worden op de proef gesteld.
Hij oliet kantelpunten met vertrouwen,
zwengelt dialoog aan,houdt politiek niet weg,
laat toeters en geroep buiten de deur.
Toont vriendschap, zonder bombarie.
Met ouder worden en een onverdiend verlies van kracht
om met zijn voeten grond 
te kunnen voelen
blikt hij zijn 
eindigende toekomst peinzend tegemoet.
Zoekt zonder woorden waar de wijsheid woont.

Met jou, mijn lief, blijft hij ontwapenend aanwezig.

Carnaval

 

Met carnaval -het feest van maskers en verkleden-speelt ook wel eens de vraag naar identiteit: Wie we zijn. Wie we denken te zijn. Wie we graag willen zijn.De ene keer serieuzer dan de andere keer.En toch is dat de vraag als het om onze identiteit gaat: Wie willen we graag zijn, wie denken we te zijn en wie zijn we eigenlijk?

En net zo goed kunnen we ons -terwijl we daarmee bezig zijn zelf in de weg staan. Ook dat hoort erbij. Maar we ervaren bij tijden ook,dat identiteit iets is wat ons gegeven wordt, aangereikt, als een cadeau, Door de A/andere, met een kleine letter en met een hoofdletter.

Bij tijden is dat reden om helemaal onszelf te zijn:dansend en lachend. Vrij om onszelf te zijn. Goede momenten om bewust te beleven.

 

Lachen

Jij, keurslijf, die in de plooien houdt
wat ik aan geestdrift wil ontdekken.
Je staat me in de weg met rituelen
waar je te dwingend mijn geloof aan hecht.
Clown in me, met een mombakkes van geschminkt geluk,
laat als je blieft het masker vallen
van wie ik niet wil zijn.
Toon mijn gezicht aan wie mij werkelijk wil leren kennen.

Liefste, jouw blik ontsteekt
in mij een vuur. Ontwapenend.
We dansen tot de ochtend en zingen
van al wat tussen de hemel en de aarde is.
Zó licht de lieve God zijn aanschijn over ons
en doet ons schaterlachen van plezier.

Levensloop

 

Een vriend van me vertelde dat hij zijn levensloop op papier had gezet. Dat had hem goed gedaan , zei hij. Je wordt door het schrijven herinnerd aan de goede en minder goede momenten in je leven en je realiseert je hoe je daar mee bent om gegaan. Dat lucht in zekere zin op, zei hij , het blijft niet zomaar in het “blauwe hineins” hangen en het knaagt niet meer.

Het bewijst, vind ik, nog maar eens dat het leven ook een soort leerboek is, om het maar eens wat met wat oude woorden te zeggen. En dan een met praktische opgaven tussen de lesteksten. Praktische opgaven, waar je soms de oplossingen voor vond, en sommige waardoor je gestruikeld bent over onverwachte wortels en lastige keuzes tussen hoofd – en zijwegen. En dan werd je weer op de been geholpen door lesteksten , boeken, verhalen, poëzie van anderen. Om weer verder te kunnen.

Ik vraag me wel eens af of er , in gesprek met elkaar , genoeg oor en oog is voor elkaars levensgeschiedenissen. O, ja, het is soms wel eens heel irritant voor anderen als jij veel aandacht vraagt voor wat jou allemaal is overkomen in je leven. Mensen haken dan af of haken snel aan met

eigen verhalen, “zal ik jou eens wat vertellen….”. Mensen niet vervelen met jouw geschiedenis, jouw autobiografie is een moeilijke opgave, dat wel. Maar wat een echte uitdaging kan zijn is om, in plaats van een autobiografie te schrijven of voor te lezen, jouw leven een beetje bron te laten zijn voor anderen om dingen wat te begrijpen, kleur te geven aan wat het leven te bieden heeft, laten zien dat het ook wel eens anders is dan iedereen denkt, dat er zin in leven zit. Dwars tegen de problemen en ellende van alle dag. Je zou kunnen zeggen dat in de bijbel het leven van Jezus door de evangelisten niet als een keurig tijdsverloop van de herinneringen aan zijn leven is geschreven, maar voor ieder van de evangelisten een bron is geweest om de voor hen essentieel geachte lessen van zijn leven voor ons in verhalen door te geven.

Ik las een uitspraak van de schrijfster/ dichteres Fleur Bourgogne :” Van herinneringen is geen consistent levensverhaal te maken, geen eenheid, hooguit een verzameling ervaringen die gekleurd is door de hoogsteigen blik en belevenis. Herinneringen veranderen in de loop van een leven.”

Ik schreef een tijd geleden een gedicht waar die elementen van herinnering en de zin van het leven en de levensloop in doorklinken.

 

Gaandeweg

Ik sta stil voor mijn geboren-en-getogen woning
en tast met mijn handen langs de deur en de brievenbus.
Mijn herinnering zoekt toegang tot dit verleden.
Het huis ademt verbeelding van drukte,
akoestiek echoot stemmen van toen.
Buitenom de tuin. Ik verstop me in de geschiedenis.
Op doortocht volg ik de voetstappen
die ik meenam uit mijn jeugd.

Gaandeweg ontdek ik de grond van mijn bestaan.


 

Passie

Dat is een woord, passie, waar ik een beetje moeite mee heb. En misschien u of jij ook. Het is ons woord hartstocht, een middeleeuws woord, je hart wordt ergens naar toe “getrokken”, dat is de herkomst van dat woord. En als ik daarover in het openbaar, zoals nu, iets zeggen wil, dan haper ik. Waarom, zal je zeggen? Wel, ik vind het een beetje aanmatigend om “waar het hart vol van is, de mond ervan te laten overstromen”. Ik hoef een ander niet lastig te vallen met waarmee ik zo begerig naar ben, om dat woord ook te gebruiken. Dat is waar ik niet mee te koop wil lopen. En het lijkt of je iets voor je zelf claimt, en dat is eigenlijk ook zo. Je zet jezelf een beetje apart. En daar moeten anderen niet aankomen, het is iets van jezelf. “Ik heb een passie voor muziek, en daar moet niemand mij vanaf proberen te krijgen “. Zoiets.

Hoe kan je daar toch wat meer vrede mee hebben, hoor ik iemand zeggen. Wees is een beetje trots op jezelf. Er is iets waar je eens niet over na hoeft te denken of je het wel goed doet, je kan je ziel en zaligheid ergens in leggen, je kan je wat afsluiten van die woelige wereld om je heen , het geeft je bevrediging en daar is niets mis mee.

Die twee kanten aan de hartstocht, het aanmatigende van en de trots over jezelf. Daar zal je in de praktijk wat mee moeten dealen.

Het heeft voor mij nog een betekenis, aanvullend, waardoor er wat meer uitdaging om de hoek komt kijken. Dat gebeurt als je met jouw passie jouw hart zo laat kloppen dat anderen die jou zo bezig zien er van de weeromstuit ook bij betrokken worden, een beetje warm van worden. Ik bedoel als je kans ziet om dat wereldje van jou ( en dat is ook van jou, laat dat duidelijk zijn) aan anderen te showen, zodat jij en die ander elkaar gaan begrijpen, op elkaar betrokken raken. Dat is wat ik zei een uitdaging, geen automatisme, je moet jezelf durven tonen aan de ander en naar de ander luisteren wat zijn of haar indruk van jouw passie is.

Ikzelf . laat ik eerlijk zijn , heb wel degelijk een passie. En wel een passie om met woorden zo te werken dat ik er een werkelijkheid van maak door middel van taal, poëtische taal in mijn geval, een werkelijkheid die mij het gevoel geeft iets van ons leven, het bestaan in het licht te zetten, zo van “: ja, zo mag het ook zijn”. Dat heb ik al heel lang, spelen met woorden, woorden op een plaats zetten. Om het tegendeel daarvan te noemen: ik kan helemaal niet goed met mijn vingers of handen dingen maken, niet hout of steen bewerken. Ik doe het met woorden. En dan ben ik als een kind zo blij, als iemand anders het leest en er iets mee doet. Dat hoeft niet hetzelfde te zijn als ik, een kunstenaar heeft geen “bedoeling”, hij ambacht in alle vrijheid.

Wat ik boven noemde “zo mag het ook zijn” is niet meer en niet minder dan verbinding proberen te leggen met wat de Eeuwige met zijn Woord heeft gecreëerd. Zo gezien ga ik met passie graag aan de haal.  Ik lees ook gedichten, die taal raakt mijn hartstocht voor woorden.

Laat ik het proberen, bij u , bij jou, met een recent gedicht van Ramsey Nasr uit zijn bundel

Wij waren onder de betovering,

(is gebaseerd op de honderden brieven die Vincent van Gogh schreef, vanaf zijn jeugd tot aan zijn dood in 1890. Ramsey Nasr plaatste Van Goghs woorden in een nieuwe context en herschikte deze tot meeslepende poëzie.)

wat de wereld ook zegge | het was mooi |het is goed |
ik zag schaapskooien | herders | bijenkorven | op veel plaatsen |
ik zag | lindenboomen | olijfbomen
bloeiende abrikozenboomen in een | frisgroene boomgaard |
ik heb prachtige rode stukken grond gezien |
ik heb | een | landschap gezien van immense gele rotsen in |
merkwaardige verstrengeling |
ik heb | vluchten kraaien gezien |
vrouwen olijven zien plukken en rapen |
ik heb | interessante nonnen gezien |
een rode ondergaande zon |
tegen | groenblauwe hemel | ook gezien |
de middellandse zee heeft een kleur als | makrelen |
je weet niet | of het groen is of paars
je weet niet | of het blauw is want een seconde later
heeft de steeds veranderende weerschijn
een roze of grijze tint aangenomen |
ik ben vol |verrukt van wat ik zie |
wat ik zag | wat ik heb gezien |
ik kan niets meer zien zo moe zijn mijn ogen |
ik zal er | aan wennen | gebroken te zijn |
het zou goed kunnen dat ik hier | blijf |
kleur is hier | werkelijker dan de werkelijkheid |
mijn god had ik dit land maar gekend toen ik vijfentwintig was |
ik heb geen houvast | kleur is in opmars |

Opstaan voor vrijheid

We staan in Valkenburg bij de Vredesvlam, opgericht als teken va bevrijding en vrijheid. Niet ver van het herdenkingsmonument voor de gevallenen van de 2e WO en de moord op de joden. Plekken waar, zoals op vele plekken op de wereld, stil wordt gestaan bij zowel de gevolgen van gruwel van geweld als verwijzing naar de hoop op bevrijding. We staan er bij stil niet om achteruit te kijken maar om te luisteren naar wat het jou en mij te zeggen heeft, en om vragen te stellen hoe het verder moet.Namen oplezen en verhalen horen om waarachtig naar bevrijding uit te zien, de Geest krijgen om verder te kunnen. Ik vraag om stilte en lees een kort gedicht dat ik opnam in mijn bundel Stemgeluid.

4 mei

Hoor het schreeuwen
uit de opengebarsten volkeren van toen.
Lees hardop de namen van de vermoorden,
ongescheiden verzet in steen.
Versta met hart en ziel
het teken van bevrijding

Tolerantie

Wat is er nodig om elkaar te tolereren, elkaar te zien zitten.De wereld van botsende opvattingen, tegengestelde karakters, frustraties over andere normen en waarden kan jouw en mijn leven maar al te vaak in een houdgreep nemen.Zonder dat we er eigenlijk erg in hebben we een oordeel , een vooroordeel, al geveld over de anderen die ons in de weg zitten met hun levensstijl. En soms is het ook echt heel moeilijk om iets waarvan we heilig overtuigd zijn gedwarsboomd te zien door wat anderen ervan maken. Je kan geen huis krijgen , en je ziet dat anderen zomaar voorrang krijgen, er is in je omgeving oorverdovend lawaai van mensen die het in jouw ogen niet zo nauw nemen met overlast. Je hebt als oudere in de haastige massa’s om je heen geen plek om de ruimte te krijgen. Hoe moet je daarmee omgaan, niet tolereren is vaak een onontkoombare weg.

Er wordt in de verhalen over Jezus in de bijbel verschillende keren verteld dat hij zich terugtrok van opeengehoopte mensen, alsof het hem even teveel werd en zichzelf wilde zijn. Dat heeft mij doen denken aan de situaties die ik hiervoor noemde. Het even niet zien zitten met al die andere, vaak opdringerige mensen. Maar dan kreeg het verhaal steeds weer een andere wending : Jezus nam vanaf een afstand naar de mensen kijkend diezelfde mensen juist serieus, hij schiep ruimte om ze in zich op te nemen, om te zorgen dat ze weer brood en vis en water konden krijgen om zich te voeden, om ze beter verstaanbaar toe te spreken. Dat is een game change: ruimte maken om elkaar te accepteren.

Zo kunnen wij in onze wereld misschien ook voor elkaar game changers zijn. Even afstand nemen, niet om de ander uit de weg te gaan, maar om te kunnen tolereren en zo elkaar lief te leren hebben.

Ik schreef een gedicht waarin ik hiervan iets liet doorklinken:

Oefen de liefde

Dicht opeengepakte lijven laten geen ruimte
aan wie een ander wil ontmoeten.                                                      Golven van onverstaanbaar geluid ontnemen je de adem.

Oefen maar, strek je handen uit om elkaar te ontvangen.                             Zet twee borden met eten op tafel en laat de wijnglazen tinkelen.                 Dans in het ritme van samen de vlucht omhoog.                                   Voel hoe het is om lief te hebben.

 

 

Vreugde

Vrolijkheid en vreugde, het wordt als beeld heel vaak aan kinderen gekoppeld , aan hoe kinderen zich gedragen. Dansen en springen zijn de beelden die daar vaak direct mee verbonden worden.. Kinderen doen dat onbewust, onschuldig, ongecompliceerd. Oudere mensen , gewoon omdat het fysiek een beetje tegen zit, of lichamelijk gehandicapte en zieke mensen, hebben wat minder de neiging om, naar buiten toe althans, volop vrolijk en vreugdevol over te komen. Voor anderen is er ook vaak een drempel “: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg”, dat is hen misschien wel aangeleerd. Het heeft in ieder geval met uiterlijk gedrag te maken, en hangt samen met wat van binnen bij jou en bij mij al dan niet aan versperringen worden opgeworpen. Ik weet zelf dat zomaar spontaan aan een feest meedoen door mij als een risico wordt gevoeld: je laat je van een andere kant zien dan mensen gewend zijn van je, of je bent bang niet precies aan de regels en normen van de feestvierders te kunnen voldoen. En voor ouderen en fysiek gehandicapten is er het gevoel “daar kan ik niet aan

meedoen “. Uit de band springen of fysiek geremd zijn is dan ook vaak de reden om er niet vrolijk van te worden of wat vreugde uit te stralen. Heel begrijpelijk, je zal maar in een rolstoel zitten. Pijn aan je lijf hebben en al die feestvierders lol zien hebben. Of niet weten hoe je je gedragen moet , bijvoorbeeld bij het carnaval. Je wordt er een beetje sikkeneurig van.

Zoals ik al zei: kinderen doen onbewust, ongecompliceerd mee, dansen en springen ongeremd in het rond. Alsof het aangeboren gevoel van vrijheid die de mensen hebben meegekregen voor hen de doorslag geeft, een vrijheid die ze als het ware bij de hand neemt om eens goed uit band te springen en elkaar enthousiast maken, van buiten en van binnen zogezegd. En je ziet dat ook bij kinderen die ziek zijn , in het ziekenhuis liggen: de cliniclowns raken de snaar van die vrijheid volgens mij. En daar zou wel eens een voorbeeld voor ons allemaal in zitten, hoe je ook mentaal of fysiek er aan toe bent, de vrijheid om vroliik te zijn, te mogen zijn, geeft een kick en laat je makkkelijker met anderen op sleeptouw nemen. En is een uitdaging voor ons om anderen vrolijk en vreugdevol te maken. .

Er is zo’n mooi verhaal of lied met de tekst dat er “in de hemel ene dans is” Het vraagt van ons volgens mij om een knipoog naar die hemel, naar God, die die vrijheid ook zo bedoeld heeft. Dat zou wel eens een heleboel-daags festival kunnen worden.

Ik schreef een gedicht met dat feestgevoel.

 

De nieuwste dag

Mijn kind, je buitelt over het gras, gilt van plezier.
Koeien en lammeren en veulens en vette varkens en
pronkende pauwen zetten jou en mij in een
onbegrensde ruimte, hier en daar houtopstand,
struweel en zo veel meer.

We zingen klanken van de grote Bach en de
meesterdichter Dylan,
we dansen door dalen met gedekte tafels
met het hele dorp eromheen.
vol met wijnglazen en schalen opgetast
met bergen voedsel van vreugde.

Bij rietgedekte woningen scheppen ambachtslieden
hun beelden en tegen beschermende hellingen echoën woorden
die de taal vinden om jouw lichaam de vlucht
van de liefde te geven.

We gieren van de lach, dansen en zingen.
beeldhouwen en schilderen,
eten en drinken samen.

Het voelt als de nieuwste dag van de aarde.
God, zie je dat het goed is?

 

Water

Als opgroeiende jongen, niet ver van het strand wonend, kreeg ik dat bijzondere gevoel mee als je met je vader een kasteel van zand had gebouwd waar even later de golfslag van de opkomende vloed een aanval op deed en het kasteel na enige tijd door het water werd verzwolgen. Dynamiek en dramatiek tegelijk. Het was toen nog spelend leren. Niet lang geleden, in een wat oudere leeftijdsfase, moest ik meemaken dat die watervloed verwoestende kracht had op de alledaagse werkelijkheid hier in de regio, zoals de orkanen dat ook op verschillende kusten in de wereld veroorzaken en zullen blijven veroorzaken als de mensheid de klimaatverandering niet ter harte neemt.

Water overspoelt wat je hebt opgebouwd, water scheidt ons ook, jij aan de overkant en ik hier, we bereiken elkaar niet, schreeuwen tegen elkaar. Het lijkt alsof we in een situatie belanden waar de verbinding weg lijkt te blijven. En trekken we ons in onze eigen bubbles terug.

Dan komt er een mens die die verbinding tot stand wil brengen. Die andere taal gebruikt. Die met zijn pontje mij naar de overkant wil brengen, naar jou, naar de ander, die het water gaat gebruiken als verbindingsweg, net als bij de doop van een kind: dat wordt met water verbonden met de Eeuwige.

Dat beeld van de negatieve lading van de waterscheiding en de helpende kracht , vooral ook van die van de taal, die ons verbindt en elkaar weer leert verstaan, inspireerde me tot een gedicht.

Verstaan

Verloren in mist schreeuwen we tegen de stroom in
waar een kolkende rivier ons in ongelijke helften snijdt,
baggertaal komt altijd van de overkant.
Opgekropt verdriet drijft ons terug naar moerstaal
en het stoepkrijten voor het huis aan ieders binnendijk.
Met vergeten taal woelen we grondteksten op,
al is er nog last van losgeslagen woorden.
Wat we elkaar te zeggen hebben
heeft tijd nodig om te verstaan.
De veerman steekt van wal, ga mee zegt hij
als je de overkant wil bereiken.

Zaaien

Het is het begin van een groeiproces, zaaien. In de geschiedenis van de mensheid een keerpunt. De oeroude handeling is ontstaan toen de rondtrekkende mens ontdekte dat jagen en verzamelen niet de enige manier was om voedsel te verkrijgen, maar dat je samen met anderen je kon gaan vestigen op vruchtbare grond en daar zelf land kon verbouwen. In de evolutie van de mensheid wezenlijk omdat door het kunnen samenleven en blijven op een vaste plaats de sociale en economische en ook culturele groei van een stam, een volk , een natie tot stand kon komen. We zien het nog steeds in onze wereld. Als mensen een plek hebben om voor zich en voor de ander in voedsel te kunnen voorzien, is er een basis van bestaan en kan de groei van een gemeenschap beginnen. Als die wegvalt, en volken op de vlucht slaan, door geweld van machthebbers, door armoede omdat de aarde geen vruchten voortbrengt, of door de bijna onafwendbare gevolgen van klimaatverandering, of natuurgeweld, dan is er geen grond meer voor een samenleving. En zaad om te zaaien is er al helemaal niet meer. De groei is er uit, en dat is nog veel te mooi gezegd, het is een rampzalige ontwikkeling.

Er zijn dus om te beginnen drie dingen nodig: mensen ( van goede wil), zaaigoed ( van goede kwaliteit) en ( vruchtbare ) grond. Het lijkt zo simpel, maar we hebben er in de loop van de geschiedenis niet altijd en niet overal iets van gemaakt. Denk alleen al aan wat er nu zo’n 50 jaar geleden door een groep wetenschappers – club van Rome- werd gezegd: Er zijn grenzen aan de groei! Zij wezen er op dat teveel mensen op beperkte vruchtbare grond en met begrensde grondstoffen en doorslaande technieken ( ook op agrarisch gebied) geen goede ontwikkeling meer te wachten stond. En sinds die tijd hebben we eigenlijk niet wezenlijk anders gehandeld en zitten we nu met de gebakken peren en moeten we gigantische maatschappelijke en politieke toeren uithalen om er nog iets van te maken deze eeuw. Laten we hopen dat er van die samenwerking tussen mensen, zaaigoed en grond nog iets terecht gaat komen.De belangrijkste factor die ik noemde – de mens – heeft het in handen. Wij, u/jij en ik dus. En daar is nog wel iets meer over te zeggen in dit verband. Want zaaien doen we niet alleen met landbouwzaad. Als wij samen iets op touw willen zetten om samen te kunnen leven, zijn er ook woorden en verstandhouding nodig. Jij zegt iets tegen mij en dat kan in goede aarde vallen en ik pak de uitdaging op en ga er met jou mee aan de slag. Of ik heb voor de buurt waar ik woon ideeen over een beter gebruik van de omgeving ( denk aan groenvoorziening, energieplannen) en dat valt goed , er is draagvlak zogezegd, dan groeit er iets. Op allerlei manieren kan je op kleine en grotere schaal dat principe gestalte geven. Met in je hand een op de mens bedacht zaadje dat we zomaar geschonken hebben gekregen van de goede God: de ander. Je staat er niet alleen voor. En de ander heeft jou ook nodig. Jij bent goede grond voor zijn woorden of hij/zij neemt jouw uitgestoken handen als groeistof aan om samen verder te komen.Zo is zaaien een begin van groei in ons welzijn, dichtbij en ver af.

De dichter Abdelkader Benali schreef in 1975 een gedicht dat die samenwerking tussen mensen prachtig beschrijft:

Ode aan de vrijwilliger

Ik ben een vrijwilliger. Trots. Waar ik help
haalt men weer adem. Waar ik ben, sta ik klaar.
Op afroep zet ik een stapje extra.
In mijn dromen red ik de wereld, echt vet.

Wanneer er over drempels moet worden gestapt, bel me.
Met een veeg geef ik het vuile raam zijn uitzicht weer terug.
Heel goed ben ik in
salades maken, vrienden vinden. Er zijn.
Dit doe ik zonder er iets voor terug te vragen.
Jouw dank is mijn dagelijks brood. Delen is alles.
Als je me ziet: geen betere manier
om me gelukkig te maken dan me herinneren aan
hoe fijn de ontmoeting was.
Dan krijg ik blos op mijn gezicht. En vlieg voor je!