Ademhalen

 

 

 

ADEMHALEN
						
18 Gedichten en een korte vertelling
											
 				

Café chantant

Op de tap geklommen zingt ze voor.
Meedeiners zetten in met ongeremde kelen, 
op en achter bierkrukken, 
heffen glazen naar de  bovenste lat, 
raken in de ban 
van haar opgepronkt gemoed  
en klanken uit volgehouden verleden. 

Koor zonder dirigent , volk van eerlijk eigen,
hun kinderen hoe dan ook onder de pannen.
De tijd van toen eenstemmig vertolkt.





De agnost

Hij wil geen weet van hemel noch van hel
hooguit is er onbewoonbaar verklaarde ruimte  
om te schipperen tussen goed en kwaad,
zijn brein regelt zijn richting. 

Er komen-ergens vandaan-kinderstemmen, 
‘Wie niet weg is, is gezien‘  klinkt het.
Hij houdt het bij een paradox,
waarheid komt niet dichterbij.





Openbaar optreden, 
                    een korte vertelling


Hij zit al naast het gangpad om te voorkomen langs een rij benen  te moeten  wurmen. “ De volgende finalist , Modderbreek, Huib Modderbreek” . Een luide stem vanuit de ruimte biedt geen uitstel.
Opstaan is een begin van achterlaten, dicht hij in zijn hoofd. Achterlaten van een steen waarin hij ‘onbereikbaar’ had gekrast. 
Denk aan de toren waar bovenin gezongen en gedanst zou worden, waar akoestiek ontbrak,  partituur in een tas die hij onvindbaar vergat.
Aflopen naar het podium, de zaal schuifelt en kucht.
Het ging als kind al, blijven staan omdat hij te nieuwsgierig was. Op  de rand van een vijver met rimpels die platte steentjes tevergeefs ver weg scheren. Onopgemerkt gebleven, keuzes moeten  maken uit drie, vier bospaadjes om aansluiting terug te vinden.
 Hij kijkt nog eens om, hoort beleefd applaus als hij de trap oploopt. Teruggaan kan niet meer, hij voelt zijn schoenen ongemakkelijk glippen, ziet een veter losraken. 
Voor de tweede keer examen, ook dan weer nog  te weinig greep op kennis.
Hij loopt het toneel op en geeft de dirigent een hand. Zij treffen elkaars blik. 
Zo’n moment is duizend keer langs gekomen, weten dat de ander iets verwacht, je hebt toch alle kansen gekregen, hij of zij is  vriendelijk, uitnodigend.
Opgeven is geen optie meer, er staat teveel op het spel. Als iedereen meewerkt tenminste. Teleurstellen is wederzijds, invloed pakt veel later pas uit. 
De eerste klanken vinden ruimte, ademhalen vangt het ritme op. Vertrouwen wint. 



Taal op het water

Van achter de kademuur 
sturen de lui met hun ogen
de schepen na , 
delen ze gezichtspunten,
nemen ze de tijd

om van de vrouw op de achterplecht 
met de wasmand een goed beeld te krijgen,
of van de hond, die er geen brood in ziet 
om in het water te springen.

De lading aan boord is verdekt opgesteld,
zodat ze er geen kijk op hebben.

De stuurman aan boord komt op 
voor wat de wal wenst,
zijn vaste koers verdient zich zelf terug zolang 
er water is om peil op te  trekken.

Stuwkracht en een opgestoken hand 
beelden  de taal uit van hun
bespiegelingen over en weer.



Speel het leven

Een kind huppelt de wei naar beneden
breekt van haar argeloze taal
wat brokjes af en zingt de hemel toe.

struikelt, waar aarde zwijgt ,
over brokstukken van huizen  
en over versteend verdriet 
van vaders en moeders,
hoort  alleen een vogel
die gered kon  worden,

zet gebarsten waterkommetjes
en een broodschaaltje naast elkaar
en verbeeldt zich de uittocht, 
zingt opnieuw van de aarde
om het leven te spelen. 




Oproep voor Prinsjesdag 

Vertel wat je ziet, kunstenmaker.
Er lijkt een span paarden op komst.
Dat is geen toeval met al die
geridderden in hoge kringen met opgespelde trouw.

Vertel wat je ziet, kunstenmaker.
Over het trekken  en duwen
achter  de afzettingen.
Er Is meer te zeggen dan
de opgedofte stelletjes
en klein grut met vlaggetjes 
doen vermoeden.

Vertel wat je ziet, kunstenmaker,
Over de collectanten
die vanwege de begroting rondgaan en de 
verhoudingen op scherp zetten.
En over  parmantige volksvertegenwoordigers
die zichzelf een  knip voor de neus waard vinden.
Vertel wat je ziet.


Blijf op je post, kunstenmaker,
er lijkt storm op komst .
Niets lijkt meer op wat we elkaar op de mouw speldden.
Geef niet toe, kunstenmaker.
Zet  in met betrouwbare  tonen voor de toekomst,
schep  woorden die een troon verdienen.



Waken

Mijn fiets stokt met de versteende stad in zicht.
Een aangeschoten vogel fladdert tegen de spaken, 
veert weg voor het mij schort aan evenwicht.
Om de beloofde morgen te bereiken zal ik waken

bij een groen takje, eenling, achtergebleven
tussen het asfalt en het landschap in verval,
waar schepsels ongeremde groei beleven
en stofklanken verhinderen dat adem bloeien zal.

Ik dagdroom uitgedroogde bedding om in
kabbelende beken, zoek langs ontzoomde dreven  
naar woorden waar het oorspronkelijk om ging.

Vervuilde handen aan het stuur, tegengericht,
voel ik de eerste druppels regen. Er zal verbinding
met tekens van een regenboog worden gedicht.  




Tussen ons 

jij zwijgt mijn orkaan tot stilte 
breekbaar glas kaatst 
ons onbegrip terug
openslaande deuren vragen om 
denktijd onze ogen keren in
jij  wijst er is eten klaar

tussen  ons verschiet de ruimte 
van kleur er zijn verse groenten 
en lichtbruine houten opscheplepels
als we woorden in handen nemen
komt de glimlach aan tafel 
verschil in smaak pakt ons weer samen.





Van horen zeggen
              Een lied voor de kerken


Hoge muren galmen 
de gezangen terug de
ruimte in.
De versteende constructie blijft 
in handen 
van onverstoorbare  vaklui,

terwijl de toenemende leegloop
het vergeten verleden
dreigt te slopen.

Sta op, ontregeld volk,
blijf niet doof voor stemmen
van de buitenwacht,
richt plekken in voor Zijn naam,  
verbind de verhalen
dat ze niet verwaaien.


Doe, profeet, recht aan 
het gerucht dat toestromende 
pelgrims zingen
voor wie het moet hebben 
van horen zeggen.

Tegen de muur van oude steen
groeit langs nieuwe sporen
vertrouwen omhoog 
bedacht aan beginnende mensen,
aan pelgrims en ouderen,
kunstenmakers en woordzoekers 
zaaisel van Zijn geest.

					


voorbij de nacht

ik droom ik verwar mij 
in een woud van dode takken 
sterven stemmen in de mist 
laten mijn dichtgeklemde kaken
woorden ontzield achter

schieten naar de stad 
handen omhoog
waarheen ik geen weg zie

vallen over de rand naar niets
brood en water uit mijn handen 

weet mijn uitgedroogde keel
geen toon aan te slaan
om bij wie in godsnaam 
dichterbij te komen,

dan, ontwaakt, ontmoeten mijn ogen
in de ochtendzon    
de flinterdunne vleugels van de vlinder,
bid ik de nieuwe morgen tegemoet

lieve God, help mij 
uit de droom
word mij gewaar
geef mijn adem luister
aan lichtvoetige taal
opdat ik niet bedrogen uit kom.





zonder titel
 
ik schreeuw in tegen de 
nietszeggende
ongehoorde  doofgemaakte
resten van het bombardement
gisteren nog  ruimte van leven

ik kom niet dichter bij   
dan twee stappen ademnood

meer zekerheid van levende ziel
dan het stof van schoeisel doet vermoeden
is er niet

open sperren doet het bouwwerk 
tot aan het gietijzeren vlechtwerk 
er is niets wat op geluid lijkt
er is zelfs geen bladstilte

dan valt er licht tegemoet
eerste sporen van een nieuwe dag
woorden moeten  nog geschapen worden 


     


Zuidas 

Verblind  glas hemelt het grootgebouw, 
dat functioneel uit het lood staat 
zuigt big data binnen,

O, yeah, don’t forget the missing link

houdt massa in  bedwang
dwingt  het algoritme 
naar onomkeerbaar resultaat.

O, jeah, gimme’ one shot 
I won’t  give up

Oog in oog met elkaar 
breekt er licht door 
vallen profielen in scherven.
We slijpen kristallen van taal .

 


Kijkcijfers

In de scheefgezakte torens van de zendgemachtigden
liggen de praattafels met hun poten omhoog
gesprekken zijn doodgelopen 
op straat is de realiteit ver te zoeken
beelden worden  teruggebracht tot bombardementen
en honger naar leven waar geen sterveling 
nog raad mee weet 
ik vraag hoe krijgen mieren de kans zich
te presenteren in hun ijver om
ons  met de schijn van doelloos sjouwen
te verwonderen
wanneer komen kinderen uit Oekraïene in beeld die
verstoppertje spelen met lotgenoten uit Syrie
tegen de gangbare syndromen in
welke verbinding trekt de onbekende held uit het verleden
naar een nu nog verborgen toekomst 
wiens stem ademt het geluid 
van het lied van stilte
ik kom naast  je zitten we geven onze 
ogen de kost vertellen elkaar wat we gezien hebben
de blik van een ander is al voldoende. 


onbehagen

vervuilde lucht  
zet verruwde kelen op 
tegen vals verweer

grond ligt er uitgeput bij
moe van dialoog en
opgestapeld wantrouwen

onverbiddelijke graadmeters  
zijn geen pardon
voor aanstormende oceanen
 
er gaat geen dag meer voorbij
zonder einddatum






Ochtendstilte 
 
De nacht sluipt weg, neemt onrust mee en 
valse toon die duisterden  in mij. 
Het morgenlicht breekt aan, bevrijdt 
me van wat boze dromen niet verzwegen. 

Ik loop de tuin in, de ochtendkilte 
stijgt uit de aarde op. Regen
van dauw is over ‘t veld gelegen,
ademt mij toe een ongehoorde stilte.

Stilte! In jouw verborgen werk’lijkheid 
klinkt het alsof de hemel lacht
en ongekend gezang wordt ingeleid.
 
Geef mij de maat aan voor wie wacht
op klanken in veelstemmigheid.
Jouw  tonen zijn voor ons bedacht.

 (te zingen tekst bij het  Festival Vocallis 2023)




denkbeeld van een afvallige

vastgezogen in drassig land
zakt ongebruikte kennis 
weg onder mijn voeten

hemelsbreed volg ik de rechte lijn  
naar de spits van de verre kerktoren,
volgens bewezen stellingen
een constructie met vaste afmetingen 

ik beeld me de afstand in 
om, menselijker wijs gesproken,
verbinding te krijgen

ik stel me een teken van vertrouwen voor, 
uitweg naar hoop
ook als ik god was zou ik het niet weten




Tafelgesprekken

De dagelijkse wauweltafels zijn gedekt 
met voorgekookte zinnen.
Vergeten wordt de verse groente,
afgezien van zout en peper 
laten ze leegte achter

In synagogen deden gebeden er toe, 
letters droegen woorden in zich, 
of anders de woorden wel
die zich vormden tot taal
in de nabijgelegen cultuurtempels.

Hoor, luister, begin weer opnieuw,
deel  matzes en druiven rond.
spreek vrijuit van mond tot mond,

vraag of er genoeg is 
of  je naaste het ziet zitten,
doe  het licht niet uit 
voordat iedereen een jas 
heeft gevonden
tegen  de gure winterkou.


Verhoor

Naakte feiten fungeren als
verdraaide leugens tussen vraag en antwoord,
aanknopingspunten blijven nog verder weg
dan kort geheugen.
 
Onbewezen gelijk wordt in scherven  
tegen de muren kapot geschreeuwd.
‘Geef toe, man, geef toe het is niet anders.’
 
Als de omstandigheden zich duidelijker aftekenen
vindt hij andere woorden.
 
Hij had afstand willen nemen zoals schilders in hun ateliers
met kleurrijke lagen en diepere ondertonen.
Niet met die van de enige waarheid overigens,
daar is nog nooit sluitend bewijs mee geleverd.
 
In de celmuur wordt  gekrast
‘mijnheer, verhoort u mij alstublieft
in de taal waarin we elkaar verstaan.‘




Bronwater

Ontwaakt ruist de ochtendkoelte 
als een gerucht van de Opkomende,
schept uit het niet van de nacht
ruimte voor wie op leven afkomen.

Laten zij hun rechten uit handen vallen,
hebben ze hun oogmaskers neergelegd,
komen ze de ander schuldenvrij maken,
hoor ik mijzelf mijn oordeel opschorten ?

Het is de pest van het land, het zilt 
van de aarde, de overvloed van kolkend
water dat om eeuwig vechten vraagt. 
Aanspraak op antwoord verloopt niet. 

Bij een bron neergezeten vragen een vrouw  
en de Opkomende ‘geef mij te drinken’.
Zij scheppen in elkaar vertrouwen.  

This image has an empty alt attribute; its file name is afbeelding1.png


Soms is er  bij museumbezoek zomaar ineens  een gevoel van “wat is dit bijzonder” als je voor een schilderij staat. Het gebeurde hier met mij  in het MET ( New York)  bij  een werk van Benedetto Luti (17e / 18e eeuw): "Samaritaanse vrouw in gesprek met Jezus".