Oogsten







Aan ons bedacht
een geboortelied

Wij zingen dit lied voor jou
mijn kind,
Jij, aan ons bedacht,

een mensje nog,
in onze handen
geborgen,

van het begin af aan
onophoudelijk leven voor ons.

Naar jouw klanken luisteren wij,
Wij roepen jou bij je naam
tegen de stroom in,
boven het geluid van de wereld uit.

Water zal jouw dorst lessen,
brood zal je voeden,
jouw pad zal geëffend zijn,

zolang wij de tijd nemen
door God gegeven
om het met jou te delen.






O tempora, o mores’

Een adventslied

Tijden breken af,
de loop der dingen
is op drift geraakt.
Zicht op de zin verduistert.

Dan, bij de steigerplaats,
hier bij jou,
meert een schip aan.
Een kind maakt de trossen vast,
er wordt nieuw leven gelost.
Wij krijgen weer greep op
wat komen zal.






Voor wat ik denk


Dit het liefst: een slee onder mijn kont
en dan de besneeuwde dijk af.
Beneden me kinderen zien zwieren
op gladgespiegeld ijs.

Of ook : schuivers inzetten
tegen de ingepakte waarheid en
als smeltwater van machteloosheid
laten wegspoelen.

Een sneeuwpop met een rode neus
blijft geduldig op de kinderen staan wachten.













Tenslotte

Woorden passeren.
Ik buig, klap in mijn handen,
ze zwaaien terug.

In de werkplaats ruim ik wat op.
Ik laat her en der
houtkrullen liggen.

Ik zet de glazen op tafel.
Jij vult mijn gedachten aan.

Kees den Dulk, februari 2025