6 Gedichten
Dagdroom
Er sloop een dagdroom met triljoenen sliertjes
mijn slaap achterna, een schotel meervoud
diepte op waaruit een hand zich opende.
Ik sluimerde in onophoudelijke tijd.
Luchtige kussens vulden de ragfijne ruimte
waaruit ik ademloos terugviel.
Jij zat naast me, rustig de krant te lezen.
Herfsttijd
Goudbruin bladerdek werpt
schaduwtijd over mijn voetpad.
Terugkijkend naar beelden
die mij richting boden
bedenk ik mij een doortocht.
Zwaar schoeisel remt af.
Ik loop de weg terug
naar het gebroken licht,
blader in het getijdenboek,
schoffel de woorden op
met diepere glans
dan ik in gedachten had
Ahmed
Woorden uit schelpen opgevist,
ziltige talige waterwoorden,
uit ademnood opgewoelde
pijnwoorden van de zeventien- jarige
Ahmed, schreeuwend waarom het
niet anders dan zo zal zijn.
Grauw licht over het zeeoppervlak,
gerimpeld door ademnood van de
zeventien-jarige Ahmed, omdat het
niet anders dan zo zal zijn.
Het verscheurt me, God. Wij verdomden het
een ander te zijn
voor de zeventien-jarige Ahmed.
Ik leg de schelp dichter aan mijn oor.
Hij schreeuwde Uw naam.
Vluchtroute
Grond is haar grip kwijt, holle voeten
lijden de pijn van het achterlaten.
Grensversperringen, opgehangen in valse scharnieren,
slaan verwachtingen uit het lood.
Ruwe golven in zee delven graven
voor de ogen van de levenden.
Pleisterplaatsen zijn omgetoverd in afkortingen,
als startlijnen voor verder uitstel van doortocht.
Wij hier vluchten weg in onze veilige status,
worden thuis opgevangen, met in onze handen
kratten vol leeftocht. Vinden tijd om
onrust elders een plek te geven, vrijheid om
van beelden weg te kijken, de waarheid te zeggen
waar de buurman niet in gelooft.
Zullen onze wegen ooit kruisen
nu we geen woorden meer
geen spelregels
geen namen meer weten.
Kijk, de vogels schamen zich,
Trekken weg in een vlucht.
Aandacht
Langs vitrines in musea liepen we,
keken naar verzegelde perkamenten en tafelzilver
uit rijke historie.
Van levens lazen we, vastgelegd
in de voorraadschuren van literatuur,
in de context van asgrauwe armoede.
Stoorzenders hoorden we met nieuws
over honger en platgebrande
woonsteden en dorpen.
Onopgemerkt zitten mensen aan een tafel,
met een kop soep en wat brood.
Of we mee willen eten vragen ze.
Steppen in het gras, 6 gedichten